VS kiest brute rekenkracht, China noodgedwongen efficiëntie: de AI-kloof groeit

donderdag, 15 januari 2026 (11:14) - Tweakers

In dit artikel:

Een jaar na de verschijning van DeepSeek ontstond het beeld dat China de VS in de AI-race kan bijbenen. Tijdens de AGI-Next-conferentie in China afgelopen weekend klonken echter waarschuwingen van leiders uit de Chinese techwereld: het verschil met Amerika kan juist groter worden, niet kleiner.

Wie en waar: sprekers waren onder meer topmensen van Alibaba, Tencent en vooraanstaande Chinese onderzoekers; de locatie was een binnenlandse AI-bijeenkomst waar industrie en wetenschap elkaar treffen. De tegenstelling die zij schetsen draait om twee pijlers: kapitaal en hardware. Amerikaanse bedrijven beschikken over uitzonderlijk veel investeringskracht en zetten dat vooral in op datacenters en massale aanschaf van rekencomponenten. Die vraag heeft wereldwijd geheugen- en hardwareprijzen opgedreven.

Wat en waarom: Chinese spelers hebben wel kapitaal, maar niet in dezelfde orde van grootte als hun Amerikaanse tegenhangers. Dat beperkt hun vermogen om grootschalig onderzoek naar volgende-generatie modellen te financieren. Terwijl organisaties als OpenAI een substantieel deel van hun rekencapaciteit inzetten voor experimenteel onderzoek, zien Chinese bedrijven hun middelen grotendeels opgeslorpt door operationele leveringsvereisten.

Een tweede knelpunt is toegang tot cutting‑edge hardware. Exportbeperkingen op de nieuwste Nvidia‑gpu’s laten China vaak genoegen nemen met minder krachtige varianten. Als tegenreactie stimuleert Peking binnenlandse alternatieven — bijvoorbeeld AI‑kaarten van Huawei — en moedigt het bedrijven aan om orders bij buitenlandse leveranciers te schrappen. Het beoogde lange‑termijndoel is helder: met een thuismarkt voor AI‑chips komt kapitaal vrij om eigen chipindustrieën op te bouwen, zoals eerder bij telecomapparatuur en smartphones gebeurde.

Historisch perspectief en verschillen: China heeft al jaren nationale ambities om technologisch te leiden en investeerde onder beleidsprogramma’s als Made in China 2025 miljarden in AI en hardware. Dat leidde tot successen (TikTok als cultureel exportproduct) maar ook tot tegenslagen: Huawei verloor na Amerikaanse handelsbeperkingen in 2019 veel marktaandeel voor smartphones en netwerkapparatuur in westerse markten. Een belangrijk verschil met eerdere industriële sprongen is dat westerse bedrijven toen actief kennis en productietechnieken naar China brachten (bijvoorbeeld Apple voor smartphone‑assemblage); bij AI ontbreekt die open samenwerking grotendeels door groeiend wantrouwen en exportrestricties.

Strategie: omdat brute rekenkracht en toegang tot enorme datasets beperkt zijn, verschuiven Chinese AI‑initiatieven nadrukkelijk naar efficiëntie. DeepSeek R1 illustreerde hoe flinke prestaties mogelijk zijn met veel minder middelen dan westersche tegenhangers nodig hadden. Onderzoekers signaleren dat het rendement van steeds groter wordende modellen en datasets afneemt — een zogenoemd efficiëntie‑ of schaalbottleneck — waardoor extra rekenkracht niet meer automatisch spectaculaire sprongen in prestaties oplevert. Toch lijken Amerikaanse spelers bereid om die extra middelen voor steeds kleinere verbeteringen in te zetten.

Vooruitblik: China speelt het langetermijnspel: de logica is dat als nationale chipcapaciteit en toeleveringsketens zich ontwikkelen, het gat kan krimpen of verdwijnen. De Verenigde Staten gebruiken exportbeperkingen om dat proces te vertragen. Tot die tijd blijven Chinese bedrijven inzetten op slimme optimalisatie, nieuwe toepassingen (zoals AI‑agents) en het opleiden van talent om doorbraken te forceren. Veel in de sector — wereldwijd — draait nog om het ontdekken waar AI echt praktisch en economisch het meeste waarde toevoegt; dat geldt zowel voor Chinese als Amerikaanse bedrijven.

Kortom: op korte termijn hebben Amerikaanse spelers het voordeel in kapitaal en high‑end hardware, waardoor China vooralsnog vooral moet wedden op efficiëntie en binnenlandse technologische ontwikkeling. Op de lange termijn hangt veel af van de ontwikkeling van een autonome Chinese chipindustrie en van politieke keuzes rond handel en samenwerking.