Vier bedrijven krijgen 180 miljoen euro van Europa om soevereine cloud te bouwen
In dit artikel:
De Europese Commissie heeft vier contracten toegekend voor de ontwikkeling van een zogenoemde 'soevereine' clouddienst voor Europese overheidsinstellingen. In totaal stelt de Commissie 180 miljoen euro beschikbaar, verdeeld over een periode van zes jaar; de precieze bedragen per contract zijn niet openbaar gemaakt. De aanbestedingsprocedure liep sinds oktober.
De opdracht is het bouwen van een platform-as-a-service (PaaS) waarop overheden en aanverwante diensten kunnen draaien. Het platform moet onder meer ontwikkeltools, automatiseringsmogelijkheden en de nodige beveiligingscertificeringen bieden. Een van de geselecteerde consortia wordt geleid door de Belgische telecomprovider Proximus. Dat consortium werkt samen met S3NS, een joint venture van het Franse Thales en Google Cloud; S3NS levert al PaaS-diensten op basis van Google Cloud. De aanwezigheid van Google in een project dat zich richt op 'soevereiniteit' valt op.
De gunning gebeurde aan de hand van het vorig jaar geïntroduceerde Cloud Sovereignty Framework, dat meet hoe 'soeverein' een clouddienst is op zowel technisch als juridisch vlak. Diensten worden ingeschaald met een SEAL-score (Sovereignty Effectiveness Assurance Level) van 1 tot 5; voor deze aanbesteding was minimaal SEAL-niveau 2 vereist. Volgens de Commissie behalen alle winnende partijen, behalve het Proximus-consortium, SEAL-niveau 3—onder meer omdat zij Google Cloud als basis gebruiken.
Kort gezegd: de EU investeert fors in een publieke clouplaag om meer controle en certificering rond gegevens en diensten voor overheden te realiseren, maar sommige winnende oplossingen blijven afhankelijk van grote Amerikaanse spelers, wat de discussie over echte digitale soevereiniteit levend houdt.