Scaling at speed: Hoe AI de blauwdruk van het moderne datacenter herschrijft
In dit artikel:
AI dwingt datacenterbouw in een nieuw tempo en andere richting. Op uitnodiging van Schneider Electric bezocht de redactie de Lake Mariner AI-campus van TeraWulf aan het Ontariomeer om te zien hoe die versnelling in de praktijk vorm krijgt. Belangrijke succesfactoren blijken snelheid van bouw, beschikbare netcapaciteit en een geïntegreerde “full‑stack” aanpak van hardware én software — waar Schneider Electric met overnames zoals Motivair en AVEVA op inzet.
Wat verandert: AI‑workloads vergroten het vermogen per rack en de koelbehoefte drastisch. Vandaag worden racks van ongeveer 150 kW ingezet; binnen een paar jaar kunnen sommige racks rond 1 MW komen te liggen (met toekomstige Nvidia‑GPU’s). Dat vraagt andere elektrische architecturen (o.a. een verschuiving naar 800V DC buiten het rack) en vrijwel zeker vloeistofkoeling in plaats van alleen luchtkoeling. Motivair levert daarvoor CDU’s (Coolant Distribution Units), HDU’s (Heat Dissipation Units) en ChilledDoors — oplossingen die vloeistof van chiller naar chip en terug regelen. Voor de zwaarste AI‑racks is direct‑to‑chip vloeistofkoeling vereist; luchtgecoolede ChilledDoors volstaan tot ~75 kW per rack.
TeraWulf zelf is snel omgeslagen van bitcoin‑mining naar AI‑datacenters. Het bedrijf wil verspreid over meerdere sites bijna 3 GW aan AI‑capaciteit opbouwen; Lake Mariner is de flagshipcampus. Die site is immens: het terrein beslaat circa 1.800 acres (ruwweg 728 ha), waarvan ongeveer 180 acres voor datacenterinfrastructuur; er is nu toestemming voor 500 MW netaansluiting met ruimte naar 750 MW. Bouw gaat in hoog tempo — honderden tot duizenden werknemers zijn betrokken en nieuwe hallen gingen afgelopen winter en voorjaar al in aanbouw.
Locatiekeuze volgt niet primair latency maar netcapaciteit: Lake Mariner ligt op de plek van een stilgelegde gascentrale zodat bestaande stroominfrastructuur benut kan worden. Daardoor kan TeraWulf snel vermogen veiligstellen — een cruciale preconditie voor opschaling. Tegelijkertijd dwingt de energietransitie en beperkte netreserveringen tot slimme planning en alternatieve sourcing.
Schneider Electric positioneert zich als leverancier van een zo compleet mogelijke stack — van “grid to chiller” en “chiller to chip” — en voegt met Motivair expertise toe om warmte van chip naar chiller te brengen. Software is daarbij doorslaggevend: simulatie‑tools zoals Etap en beheerplatformen (EcoStruxure, AVEVA) zijn nodig om elektrische architecturen, koeling en installatie snel en foutloos te ontwerpen en op te schalen. Zonder dergelijke software wordt full‑stack leveren nagenoeg onmogelijk.
Praktijklessen: snelle bouw vraagt niet alleen juiste componenten maar ook een robuuste supply chain en pragmatische keuzes (bijvoorbeeld het accepteren van iets kleinere pijpdiameters om sneller te kunnen leveren). TeraWulf volgt deels nog een multi‑vendorstrategie — er stonden ook PDU’s van Vertiv — wat wijst op een balans tussen standaardisatie en spreiding van leveranciersrisico.
Kortom: AI verandert de spelregels voor datacenters: veel hogere vermogens per rack, grotere afhankelijkheid van vloeistofkoeling, andere elektrische standaarden en een noodzaak tot geïntegreerde hardware‑softwareontwerpen en een vlotte supply chain. Wie op snelheid wil schalen, moet het hele ecosysteem herdenken — van netaansluiting tot softwaregestuurde simulatie en logistiek.
Vandaag Inside Oranje: René van der Gijp spreekt verbazing uit over ophef rond uitspraak Rafael van der Vaart