Review - Lian Li A3 vs. Phanteks XT M3 - Populairste mATX-kast krijgt concurrentie
In dit artikel:
Lian Li’s A3 (DAN Cases A3-mATX Wood Edition) en Phanteks’ XT M3 zijn compacte mATX-behuizingen die we tegen elkaar hebben gezet om koeling, inbouwruimte, bouwgemak, materiaalgebruik en prijs-kwaliteit te vergelijken. De A3 wordt vooral verkocht in een variant met houten latjes aan de voorkant (ongeveer €85 zonder ventilatoren); een plastic-frontversie kost circa €68. De XT M3 is goedkoper gepositioneerd: de kale versie zonder fans kost rond €60, de RGB-uitvoering met drie 120mm-fans (M25 RGB) komt ongeveer in oktober en is grofweg een tientje duurder.
Afmetingen en ontwerp
Beide kasten zijn ongeveer even diep (~44 cm) en kunnen lange grafische kaarten huisvesten (Phanteks opgeeft 430 mm, Lian Li 415 mm in de meeste configuraties). De M3 is echter duidelijk ruimer: 235 mm breed en 360 mm hoog (≈40 liter inhoud), tegenover de A3’s slanke 194 mm bij 306 mm (≈26 liter). Materiaalkeuze verschilt: de A3 is grotendeels metalen gaaspanelen met een optioneel houten front (individueel geschroefde latjes) en biedt een open, geroosterde uitstraling; de M3 combineert glas, metaal en vrij veel kunststof, met een glazen linkerzijpaneel en een meer traditionele vormgeving.
Inbouw en flexibiliteit
Lian Li legt de nadruk op modulariteit: verschillende fronten en accessoires (zoals een verticale GPU-mount) zijn los verkrijgbaar. De A3 kan flexibeler omgaan met waterkoeling (radia-tormogelijkheden op meerdere plekken) en biedt veel opties voor ventilatorplaatsing (theoretisch tot tien 120 mm-fans inclusief een zijbeugel). De Phanteks heeft een duidelijker scheidingscompartiment voor de PSU en kabels en maakt inbouwen eenvoudiger door meer ruimte achter het moederbord, maar ondersteunt geen 140 mm-fans en heeft beperktere radiatorlocaties (360 mm bovenin).
Koeling en geluid
De M3 RGB met zijn meegeleverde fans koelt opvallend goed en was vaak de koelste in tests met het basissysteem, maar die fans draaien relatief hard (ongeveer 1000–1500 rpm) en produceren meer geluid—ook bij lagere spanningen hoorbaar luider dan veel concurrenten. Beide kasten worden standaard zonder ventilatoren geleverd (behalve de RGB-variant), dus testen werden ook uitgevoerd met identieke Noctua-fans. Met die gelijke koeling liggen de A3 en M3 dicht bij elkaar qua temperatuurprestaties; de Phanteks profiteert wel licht van zijn grotere volume bij hogere belastingen. Voor high-end systemen presteerde de M3 met zijn stockfans bijzonder goed, maar die winst komt tegen de prijs van hogere geluidsniveaus.
Praktische punten en oordeel
Front-I/O van de A3 is royaal (2× USB-A, 1× USB-C, gescheiden audio), de M3 heeft 1× USB-C, 1× USB-A en gecombineerde audio. Sommige montage-tabjes van de M3 ogen fragiel en het verwijderen van glas vereist schroeven ondanks ogenschijnlijke toolless-designs. De redactie noemt de A3 als de meer “premium” voelende kast met veel aanpassingsopties, terwijl de M3 een sterke budgetkeuze is met bijzonder goede koelresultaten in de RGB-uitvoering — mits je de ventilators terugstuurt qua toerental. Geen van beide kreeg een award: de A3-wood is relatief duur en de M3 mist in de goedkoopste uitvoering fans en gebruikt meer kunststof, en het PSU-compartiment is krapper. Kortom: kies A3 voor materiaal, modulariteit en waterkoeling-opties; kies XT M3 voor gunstige prijs-prestatie (vooral de RGB-variant) en eenvoudiger bouwen, maar wees voorbereid op enige geluidsafstemming.
Vandaag Inside: Johan Derksen: 'Ik keek donderdag een beetje verbaasd op van Jort Kelder...'