Review - God of War: Sons of Sparta - Te doorsnee om goddelijk te zijn
In dit artikel:
Tijdens de half februari uitgezonden State of Play kondigde PlayStation verrassend een nieuw God of War-spel aan en maakte het meteen beschikbaar: God of War: Sons of Sparta. De release fungeert als tussendoortje tot de aangekondigde remakes van de originele God of War-trilogie. Sons of Sparta vertelt het jeugdverhaal van Kratos, nog vóór zijn conflicten met de Olympische goden, en volgt hem samen met zijn broer Deimos in en rond Sparta terwijl ze op zoek gaan naar een verdwenen jonge Spartaan, Vasilis.
In tegenstelling tot de recente actieavonturen en actie-rpg’s uit de serie is Sons of Sparta een Metroidvania: een 2D-sidescroller waarin werelddelen geleidelijk ontsloten worden naarmate je nieuwe vaardigheden en voorwerpen verkrijgt. Die gave van de goden—zoals Apollo’s slinger, Hestia’s vuurtak en een drinkfles van Dionysos—doen dienst als gameplay-kernelementen. Ze verrijken de gevechten, bieden puzzeloplossingen en openen nieuwe routes; upgrades van die voorwerpen introduceren nuttige en soms spectaculaire aanvallen (bijv. een AOE van Hestia) die de gameplay opfrissen en spelers stimuleren om verkenning te belonen.
Qua verhalende insteek levert de framing—Kratos die zijn verleden aan zijn dochter vertelt—inzicht in zijn oorsprong, maar het script blijft relatief mager. Het grootste deel van de plot is een voortstuwende zoektocht, met ontmoetingen met verschillende goden en locaties die vooral functioneel zijn om Kratos uitrusting en vaardigheden te rechtvaardigen. De dialogen en humor, vooral tussen Kratos en Deimos, zijn een sterk punt en behouden de lichtvoetigheid uit latere series.
Visueel kiest de game voor pixelart-voorgrondpersonages tegen weelderige, schilderachtige achtergronden. Die combinatie werkt vaak goed: de wereldpresentatie en lichteffecten (zoals reflecties op Kratos’ schild) zijn verzorgd en sfeervol, en sommige omgevingen — een demonisch geteisterde wijngaard of een Daedalus-achtige smederij — springen eruit. Toch voelt de pixelstijl voor sommige personages wat grof, en op de PlayStation 5 traden af en toe kleine haperingen op.
Gameplay ligt solide in het gehoor: vechten met speer en schild, blokkeren, pareren en dodgen zijn de kernacties. Maar de combat blijft beperkt in variatie; de speer-en-schildopzet blijft heel lang dominant, waardoor het tempo op den duur repetitief wordt. Bovendien introduceert de game veel verschillende speciale-aanvalsindicatoren (meerdere kleuren), wat soms onduidelijk en verwarrend aanvoelt tijdens hectische gevechten. Respawnende vijanden bij kampvuren en beperkte wapenselectie dragen ook bij aan het gevoel van herhaling.
Eindoordeel: Sons of Sparta is een degelijk, vermakelijk experiment binnen de franchise dat sommige sterke punten behoudt—humor, sfeer, nette afwerking en leuke upgrade-ontwikkelingen—maar het ontbreekt aan de brute spektakelbeleving en narratieve diepgang die God of War groot maakte. Als opvulling tot de remakes is het een aardig tussendoortje, maar het valt niet op tussen de beste titels van het hoofdserie. Review door Jurian Ubachs; eindredactie: Marger Verschuur.