Rechter: DigiD-contract Solvinity mag worden verlengd

vrijdag, 22 mei 2026 (09:26) - Techzine

In dit artikel:

De voorzieningenrechter in Den Haag heeft de vorderingen van drie burgers afgewezen die wilden voorkomen dat de Staat het beheercontract met Solvinity verlengt. De uitspraak van 6 mei (motivering gisteren gepubliceerd) bevestigt dat een onmiddellijke stopzetting van het DigiD‑beheer of het blokkeren van de contractverlenging niet realistisch is vanwege grote technische en operationele risico’s.

De eisers vreesden dat Solvinity straks wordt overgenomen door het Amerikaanse Kyndryl, waardoor het Picard‑platform — de infrastructuur waarop DigiD en MijnOverheid draaien — onder Amerikaanse wetgeving (denk aan CLOUD Act, FISA en Executive Order 12333) zou vallen en gegevens toegankelijk zouden kunnen worden voor Amerikaanse autoriteiten. De Staat erkende dat er theoretische risico’s bestaan, maar stelde dat die nog niet concreet zijn en dat er lopende gesprekken zijn met Solvinity en Kyndryl om risico’s te beperken.

De rechter toonde zich terughoudend: beleidskeuzes rond uitvoering van publieke taken liggen primair bij de uitvoerende macht en gerechtelijke inmenging is alleen terecht bij evident onrechtmatig handelen. Centraal in het oordeel stond de vraag of er een haalbaar alternatief is voor Solvinity. De Staat betoogde dat een verantwoorde overstap zes tot acht maanden nodig heeft door de technische complexiteit van Picard; de eisers wezen op externe deskundigen die snellere migraties mogelijk achten, maar die bewering vond de rechter te vaag. Zonder verlenging zou het contract op 6 augustus 2026 eindigen en dat dreigde uitval van essentiële overheidssystemen tot gevolg te hebben.

Het Picard‑platform zelf is een IaaS/PaaS‑laag met opslag, containers, virtuele machines en netwerken. Bij de oorspronkelijke migratie naar Solvinity in 2020 en in het Definitief Advies van het Adviescollege ICT‑toetsing (2023) kwamen meerdere knelpunten en vertragingen naar voren, wat de rechtbank sceptisch maakte over ambitieuze korte deadlines om van leverancier te wisselen.

Een aanvullende eis om de Staat te verplichten de overeenkomst te ontbinden bij een ‘change of control’ (ARBIT‑artikel 30.3) bleef ook ongegrond: de ontbinding vereist waarschijnlijk medewerking van Solvinity en de overname is nog niet definitief. De nationale veiligheidstoets door het Bureau Toetsing Investeringen loopt nog; de ACM heeft de deal al vergunning gegeven op mededingingsgrondslag, maar veiligheid valt buiten haar remit. De Tweede Kamer nam eerder een motie aan om niet te verlengen als de overname doorgaat.

De eisers moeten de proceskosten van €2.100 betalen. Een bodemprocedure of politieke druk op de BTI‑toetsing blijft voor hen nog open als vervolgstap.