Rechtbank publiceert vonnis over rechtszaak rondom DigiD-beheerder Solvinity
In dit artikel:
De rechtbank Den Haag heeft het volledige vonnis openbaar gemaakt in de zaak van drie burgers die probeerden te verhinderen dat de Nederlandse Staat het contract met hoster Solvinity verlengt — een overeenkomst waaronder ook het identificatiesysteem DigiD draait. Vorige maand verloren de eisers al het kort geding; met de publicatie van het volledige vonnis wordt duidelijk waarom de rechter die beslissing handhaafde.
Wat speelde: Solvinity, dat servers en de technische architectuur beheert voor DigiD en voor delen van ministeries, zou eind vorig jaar worden overgenomen door het Amerikaanse bedrijf Kyndryl. Dat riep bij experts, politici en burgers zorgen op over mogelijke toegang door Amerikaanse autoriteiten en over continuïteit van cruciale digitale dienstverlening. De Staat wil het bestaande contract met Solvinity met twee jaar verlengen; de eisers wilden die verlenging blokkeren.
Belangrijkste punten uit het vonnis
- De eisers konden niet overtuigend aantonen dat het beheer van het Picard-platform (waaronder DigiD) binnen enkele maanden en op verantwoorde wijze naar een andere provider overgezet kon worden. Zonder concrete, deskundige onderbouwing oordeelde de rechter dat een snelle en veilige overstap niet aannemelijk was.
- De rechter stelt vast dat de Staat nu een risicoanalyse laat uitvoeren en in overleg is met Solvinity en Kyndryl om mitigatiemaatregelen te treffen. Dit overleg (waaronder onderzoek door het Bureau Toetsing Investeringen, BTI) weegt mee in het oordeel dat de Staat de zorgen serieus neemt en stappen onderneemt om privacy en veiligheid te beschermen.
- Gegeven het risico op ontwrichting van digitale dienstverlening als de overeenkomst niet wordt verlengd — de Staat moet uiterlijk 6 mei 2026 schriftelijk verlengen, en stopzetting kan na 6 augustus 2026 tot problemen leiden — is opschorting van verlenging niet gerechtvaardigd.
- De eisers stelden dat de overheid de architectuur zelf in beheer kon nemen; de rechter vond daarvoor geen overtuigend bewijs. Evenmin is afdwingbaar dat Solvinity de dienstverlening voortzet nadat de Staat de overeenkomst zou beëindigen, zeker niet zonder instemming van Solvinity.
Uitkomst en consequenties
De primaire en subsidiaire vorderingen van de burgers zijn afgewezen; de Staat mag het contract met Solvinity verlengen. De eisers moeten de proceskosten van 2.101 euro betalen. Het vonnis benadrukt dat de Staat bezig is met onderzoek en overleg, maar laat ruimte voor toekomstige maatregelen als uit die procedures nadere risico’s of noodzakelijke mitigatie blijken.
Kortom: juridische poging om de verlenging te blokkeren strandt omdat een veilige, snelle migratie naar een andere beheerder niet aannemelijk is gemaakt en omdat de Staat al lopende onderzoeken en gesprekken inzet om risico’s rond de Kyndryl-overname aan te pakken.