.Plan - Dev Summit 2026 met Adele Carpenter: 'Java sucks, maar hoeft niet weg'

vrijdag, 23 oktober 2026 (06:45) - Tweakers

In dit artikel:

Software-engineer Adele Carpenter bespreekt tijdens de Tweakers Developers Summit waarom Java nog altijd een belangrijke rol speelt, ondanks de kritiek op de taal. Banken, verzekeraars en andere grote organisaties gebruiken Java voor systemen die jarenlang beschikbaar, beheersbaar en betrouwbaar moeten blijven.

Carpenter belandde niet via een technische opleiding in de softwarewereld. Ze verhuisde tien jaar geleden naar Nederland met een achtergrond in civiele techniek en handelswetenschappen en begon bij Trifork in marketing en sales rond conferenties. Door het contact met ontwikkelaars raakte ze geïnteresseerd in programmeren. Ze kreeg ruimte om dat tijdens haar werk te leren, stapte later over naar klantprojecten en werkt sinds 2019 als software-engineer. Inmiddels houdt ze zich bezig met Java, Kotlin, Spring, React, JavaScript en TypeScript, naast advieswerk.

De titel van haar presentatie, “Java Sucks (So C# Didn’t Have To)”, is volgens Carpenter vooral bedoeld als speelse provocatie. Java- en C#-ontwikkelaars vergelijken hun talen vaak op basis van oude ervaringen, terwijl beide ecosystemen worden gebruikt voor bedrijfskritische toepassingen. Bovendien hebben de talen elkaar beïnvloed: C# kon leren van sterke en zwakke keuzes in Java, waarna Java op zijn beurt ideeën uit nieuwere talen overnam.

Java’s ouderdom brengt beperkingen met zich mee. De taal heeft onder meer een omslachtige omgang met checked exceptions en lambdas, terwijl de invoering van generics gevolgen heeft voor hedendaagse toepassingen. C# ondersteunt bepaalde functionele programmeerpatronen al langer en bewaart bij generics meer type-informatie tijdens de uitvoering. Java verwijdert die informatie grotendeels bij het compileren, waardoor ontwikkelaars soms extra parameters, bibliotheken of vaste patronen nodig hebben. Kotlin biedt binnen hetzelfde JVM-ecosysteem een modernere en vaak natuurlijker alternatief, zonder dat bestaande Java-software hoeft te verdwijnen.

Toch is veroudering niet automatisch een reden om Java te vervangen. De taal beschikt over een groot aanbod aan hulpmiddelen en frameworks, werkt op verschillende besturingssystemen en staat bekend om haar sterke achterwaartse compatibiliteit. Die eigenschap houdt soms oude ontwerpbeslissingen in stand, maar maakt upgrades voor organisaties voorspelbaarder. Bij systemen die tientallen jaren moeten meegaan, kan die zekerheid belangrijker zijn dan een elegantere programmeerstijl.

Carpenter benadrukt dat een programmeertaal zelf ook een langdurig softwareproject is. Beslissingen uit de jaren negentig waren gebaseerd op andere technische omstandigheden en zijn door de enorme hoeveelheid bestaande code moeilijk terug te draaien. Een aanpassing kan gevolgen hebben voor compilers, de JVM, frameworks en miljoenen toepassingen. Een onhandige constructie is daarom niet per se het gevolg van gebrek aan inzicht, maar kan het resultaat zijn van een compromis tussen vernieuwing en stabiliteit.

Naast de geschiedenis van Java bespreekt Carpenter de invloed van AI op haar werk. Met een programmeeragent liet ze een kleine chatdienst in Go bouwen, hoewel dat niet haar gebruikelijke taal is. Daardoor verschuift haar aandacht van het zelf schrijven van elke regel naar ontwerp, architectuur en duidelijke instructies. De gegenereerde code moet nog steeds worden gecontroleerd, getest en verantwoord beheerd. Carpenter programmeert nog altijd graag, maar ziet de grootste waarde in software die concrete problemen voor gebruikers oplost.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: René van der Gijp geniet van héérlijke oude beelden na nieuws over tv-terugkeer 'Ik Geloof in Mij'