.Plan - Dev Summit 2026: Kubernetes in de meterkast: Alain koos de moeilijke weg
In dit artikel:
Alain, specialist in Linux, infrastructuur en high-performance computing, bouwde thuis een volledig Kubernetes-cluster zonder kubeadm, clouddienst of vooraf samengestelde distributie. Tijdens de Tweakers Developers Summit 2026 vertelt hij hoe hij dat vanaf tweedehands hardware heeft aangepakt en wat dit leert over de techniek achter Kubernetes.
Zijn belangstelling voor computers ontstond al in 1993, toen Linux veel minder gebruiksvriendelijk was dan nu. Met een achtergrond in elektronica leerde Alain systemen vooral vanuit de hardware en het besturingssysteem kennen. Sinds 1999 werkt hij professioneel aan Unix- en Linuxomgevingen, onder meer voor industriële en medische toepassingen. Tegenwoordig is hij verbonden aan het Supercomputing Center van de Technische Universiteit Eindhoven. Daar beheert hij onder meer het Umbrella-cluster en helpt hij onderzoekers met netwerken, wetenschappelijke software en platformen voor high-performance computing.
Ondanks zijn ruime werkervaring volgde Alain rond zijn veertigste de master System and Network Engineering aan de Universiteit van Amsterdam. Die opleiding richtte zich volgens hem niet op het bedienen van systemen, maar op hun werking onder de oppervlakte. Die technische nieuwsgierigheid bepaalt ook zijn kijk op nieuwe technologie: veel vernieuwingen bouwen voort op oudere ideeën, waardoor het volgens hem belangrijk is om marketing en daadwerkelijke werking van elkaar te onderscheiden.
Voor zijn thuisproject begon hij met enkele gebruikte machines en Alpine Linux, een compacte distributie met weinig standaardonderdelen. Hij moest daardoor vrijwel iedere component zelf kiezen en configureren. Eerst bouwde hij de virtualisatielaag, daarna de virtuele machines en vervolgens Kubernetes. Ook netwerkfuncties, certificaten, loadbalancing, monitoring en gedeelde opslag kwamen voor zijn rekening. Voor de opslag richtte hij onder meer een Ceph-cluster in.
De bekende handleiding Kubernetes the Hard Way van Kelsey Hightower diende als inspiratie, maar Alain moest eerst de fysieke en virtuele basis realiseren die in die handleiding al aanwezig is. Het project groeide al doende en nam ongeveer twee jaar in beslag. Het cluster draait inmiddels ongeveer zes jaar en dient nog steeds als testomgeving voor nieuwe technieken. Het ondersteunt onder meer een oude blog, een mediaplatform en enkele experimenten. Een website op het cluster trekt gemiddeld slechts één bezoeker per dag, maar het beheer blijft uitdagend omdat updates niet met één druk op de knop kunnen worden uitgevoerd.
Volgens Alain wordt Kubernetes vaak verantwoordelijk gehouden voor functies die eigenlijk door de onderliggende Linux-omgeving worden uitgevoerd. Het besturingssysteem stuurt processen, hardware en netwerkverbindingen aan en maakt containers mogelijk. Ook voor bijvoorbeeld Nvidia-gpu’s zijn de juiste drivers in het besturingssysteem nodig. Wie die lagen niet onderscheidt, kan bij storingen op de verkeerde plek zoeken. Vanuit zijn HPC-ervaring plaatst Alain Kubernetes bovendien in perspectief: het platform verdeelt workloads over machines, maar dat maakt het niet automatisch een allesomvattende oplossing.
Het thuiscluster heeft geen bedrijfskritische rol, al kan een storing wel gevolgen hebben. Op dezelfde omgeving draait namelijk een DHCP-server; als die uitvalt, verliest het gezin de internetverbinding. Dat maakt het hobbyproject soms tot een onbedoelde storingsdienst.
In zijn sessie wil Alain niet alleen Linuxbeheerders aanspreken. Ook developers krijgen steeds vaker met Kubernetes te maken via platformteams, CI/CD-pijplijnen, operators en applicaties. Kennis van de control plane, certificaten, containers en de Linux-kernel helpt hen om problemen gerichter te analyseren. Zijn aanpak is vooral bedoeld voor bezoekers die willen begrijpen wat er onder de abstractielaag gebeurt. Een compleet serverpark is daarvoor niet nodig: veel onderdelen zijn ook op een laptop na te bouwen.
Vandaag Inside: René van der Gijp heeft begrip voor hitsige Bondgenoten-deelnemers: ‘Na een week...'