Open-source moet EU van Amerikaanse afhankelijkheid afhelpen
In dit artikel:
De Europese Commissie is een openbare consultatie gestart voor een vernieuwde open source‑strategie: van 6 januari tot 3 februari 2026 kunnen belanghebbenden online feedback geven over hoe Europa “duurzame open digitale ecosystemen” kan opbouwen. Het doel is niet louter nieuwe beleidslijnen, maar het schetsen van concrete stappen om onafhankelijke, open‑source gebaseerde digitale infrastructuur in kritieke sectoren — zoals cloud, AI, cybersecurity en hardware — meer kans van slagen te geven.
De Commissie wil met deze ronde achterhalen welke knelpunten de groei van Europese open‑sourceprojecten belemmeren. Bekende problemen zijn het minder gunstige investeringsklimaat in Europa, het feit dat commercialisatie vaak buiten Europa plaatsvindt en de sterke mate van afhankelijkheid van Amerikaanse gesloten platformen. Die Amerikaanse spelers creëren lock‑in, terwijl ze tegelijkertijd vaak bouwen op open‑sourcecomponenten. De consultatie vraagt onder meer naar sterke en zwakke punten van de Europese open‑sourcesector, de toegevoegde waarde voor publieke en private organisaties en welke concrete EU‑maatregelen gewenst zijn.
Eerdere EU‑initiatieven zoals Next Generation Internet, FIWARE, GenAI4EU, RISC‑V‑steun en projecten binnen de Chips Joint Undertaking hebben weliswaar middelen gekregen en lokale succesverhalen opgeleverd, maar hebben tot dusver niet geleid tot een duidelijke afname van de invloed van grote Amerikaanse techbedrijven. Op bestuurlijk niveau vinden sommige regio’s en lidstaten — voorbeelden zijn delen van Denemarken, Duitsland en Frankrijk — de weg naar LibreOffice of Linux, maar een brede maatschappelijke transitie ontbreekt nog.
De Commissie kiest bewust een voorzichtige aanpak: ze wil uiteindelijk ingrijpen over de hele open‑source lifecycle (ontwikkeling, onderhoud, duurzaamheid, marktintegratie), maar vermijdt vooralsnog het expliciet bevoordelen van individuele Europese bedrijven om mededingingsproblemen te voorkomen. Daardoor blijven concrete keuzes — zoals het stimuleren van Europese zakelijke Linux‑distributies, migratie naar Europese productiviteits‑suites of het adopteren van Europese AI‑modellen — voorlopig vaag.
Kortom: de consultatie is een noodzakelijke eerste stap naar meer digitale soevereiniteit, maar de effectiviteit hangt af van opvolgende, concrete investeringen en hoe de EU bondgenoten en marktdynamiek weet te mobiliseren om werkelijk minder afhankelijk te worden van Big Tech.