Oorlog begint niet met een schot, maar met een storing
In dit artikel:
Nederland moet cyberveiligheid niet langer zien als een louter IT-vraagstuk, maar als een strategisch thema voor economie, defensie en nationale veiligheid. Dat betoogt oud-generaal-majoor Pieter Cobelens in zijn keynote op Cybersec Netherlands 2026, op 9 en 10 september in de Jaarbeurs in Utrecht. Volgens hem zijn digitale aanvallen op vitale infrastructuur, desinformatie en sabotage inmiddels vaste onderdelen van moderne conflicten.
Cobelens wijst erop dat Nederland door zijn sterke digitalisering extra kwetsbaar is: havens, datacenters, financiële systemen, cloudplatformen en logistieke ketens vormen samen het digitale fundament van het land. Daardoor is Nederland aantrekkelijk voor statelijke actoren en cybercriminelen. De oorlog in Oekraïne laat bovendien zien hoe technologie strijdvoering verandert; goedkope drones en generatieve AI verlagen de drempel voor aanvallen in het cyberdomein verder.
Aan de andere kant kan AI ook helpen verdedigen, door afwijkingen in netwerken sneller te detecteren dan mensen kunnen. Cobelens schetst een permanente wapenwedloop tussen aanvallende en verdedigende algoritmen. Daarnaast waarschuwt hij voor quantumcomputers, die op termijn bestaande encryptie kunnen breken. Staten verzamelen nu al versleutelde data om die later te ontsleutelen, waardoor organisaties tijdig moeten overstappen op post-quantumbeveiliging.
Ook pleit hij voor meer digitale soevereiniteit: minder afhankelijkheid van buitenlandse cloud- en communicatie-infrastructuur. Uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid voor weerbaarheid niet alleen bij Defensie, maar ook bij bedrijven en overheid, omdat een verstoring bij bijvoorbeeld een ziekenhuis, logistieke dienstverlener of cloudprovider snel een nationale crisis kan worden.
De Oranjezomer: Robert Maaskant stoort zich aan spelersvrouwen op social media: 'Laat spelers hun werk doen!'