Online kijkers, YouTube en streaming tellen voortaan mee bij meten kijkcijfers
In dit artikel:
Het Nationaal Media Onderzoek (NMO, voorheen Stichting KijkOnderzoek) breidt per 6 april zijn kijkonderzoek uit zodat veel meer kijkvormen worden geregistreerd. In de tweede fase van het zogenaamde Video Totaal wordt niet alleen conventionele televisie gemeten, maar ook kijktijd op on‑demanddiensten (zoals Netflix, HBO Max en Amazon Prime) en videoplatforms en social media (bijvoorbeeld YouTube, Instagram en Twitch). Hiermee wil het NMO het veranderde mediagebruik van Nederlanders beter vastleggen nu lineair tv-kijken deels is verschoven naar streaming en korte video’s online.
De rapportage krijgt ook een andere timing: voortaan verschijnen er al de dag na de uitzending voorlopige kijkcijfers, een week later volgt een aanvullende dataset inclusief terugkijkers, en de definitieve cijfers volgen na dertien dagen. Die laatste telling omvat kijkers over alle platformen en apparaten, niet alleen traditionele tv‑ontvangers.
Het onderzoek draait op een panelsysteem: deelnemers leveren data via verschillende meetinstrumenten, zoals een kastje op de tv, routermeting en een mobiele app. Panelleden krijgen een vergoeding in de vorm van waardebonnen. Het NMO is een samenwerkingsverband van commerciële en publieke mediapartijen, mediabureaus en adverteerders; hoewel sommige uitkomsten gedeeltelijk openbaar worden, zijn de inzichten vooral bedoeld om mediabedrijven te laten zien hoe hun content presteert.
Kort samengevat: met de uitbreiding van Video Totaal en een snellere, gefaseerde rapportage probeert het NMO een vollediger en actueler beeld te geven van wat en hoe Nederlanders kijken, zodat programmamakers, omroepen en adverteerders hun aanbod en beslissingen beter kunnen afstemmen op hedendaags kijkgedrag.