Linux-kernel 7.0 brengt zelfgenezend bestandssysteem en omarmt Rust nu officieel
In dit artikel:
De Linux-kernel 7.0 is officieel uitgekomen en brengt een reeks relatief kleinschalige maar nuttige vernieuwingen. Belangrijke punten zijn ondersteuning voor nieuwere chips (AMD Zen 6 en Intel Nova Lake), extra optimalisaties voor AMD Epyc-processors en het standaard inschakelen van Intels TSX-functie op systemen waar dat veilig kan—TSX kan prestaties verbeteren, maar werd in oudere cpu’s misbruikt via sidechannel-aanvallen.
Daarnaast is de programmeertaal Rust nu officieel geïntegreerd in de kernel; Rust, al experimenteel aanwezig sinds 2022, biedt betere bescherming tegen geheugenfouten. Het bestandssysteem XFS krijgt nieuwe autonome zelfherstelmogelijkheden, waarmee de kernel actief fouten kan detecteren en herstellen om datacorruptie tegen te gaan.
De versie-opstap naar 7.0 komt vooral voort uit een voorkeur van Linus Torvalds na negentien releases, niet omdat er één grote, ingrijpende verandering is doorgevoerd.