Kabinet krijgt staatssecretaris voor Digitale Autonomie en Soevereiniteit
In dit artikel:
Het kabinet richt een nieuwe post op: een staatssecretaris voor Digitale Economie en Soevereiniteit. D66, CDA en VVD maakten donderdagochtend de voorgenomen verdeling van bewindsposten bekend; de functie valt onder het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en wordt door D66 ingevuld. De nieuwe bewindspersoon moet nog formeel door de koning worden beëdigd en een naam is nog niet bekend. Het ministerie zelf wordt naar verwachting geleid door een CDA-minister.
De portefeuille vervangt de eerdere, ruim afgebakende post van staatssecretaris voor Digitalisering. Die rol, in het leven geroepen in kabinet-Rutte IV, bleek tot nu toe een mix van uiteenlopende taken (waaronder soms Koninkrijksrelaties) en kreeg daardoor weinig focus op digitale autonomie. In voorgaande kabinetten wisselden de accenten: Alexandra van Huffelen werkte veel aan Europese wetgeving (DSA, DMA, AI Act), terwijl Zsolt Szabó zich vooral op de Nederlandse digitaliseringsstrategie richtte; Szabó trad vorig jaar af na de val van het kabinet.
Met de nieuwe titel geeft het kabinet expliciet prioriteit aan autonomie van Nederlandse en Europese digitale infrastructuur. Verwacht wordt dat de staatssecretaris zich onder meer zal bezighouden met het stimuleren en begeleiden van overstappen naar Nederlandse of Europese clouddiensten en het beperken van afhankelijke posities bij grote buitenlandse techbedrijven. Praktische voorbeelden die in het artikel worden genoemd zijn lopende of geëvalueerde migraties en constructies rond SIDN naar AWS, de Belastingdienst‑migratie naar Microsoft 365 en de overname van het bedrijf achter DigiD — dossiers waarin staatsingrijpen mogelijk relevant wordt geacht.
D66 heeft lange tijd gepleit voor een dergelijke bewindspersoon om overheidsinkoop en contracteisen te gebruiken als instrument om afhankelijkheid van Amerikaanse en Chinese leveranciers te verminderen en Europese alternatieven als launching customer te ondersteunen. De VVD benadrukt eveneens minder afhankelijkheid van Amerikaanse software en clouddiensten en wil investeren in Europese digitale infrastructuur.
Kort gezegd voert het kabinet met deze nieuwe post een gerichter beleid voor digitale soevereiniteit, waarbij veiligheid, strategische autonomie en het stimuleren van Europese aanbieders centraal staan. Exacte taken, bevoegdheden en de timing van uitvoering blijven echter nog onduidelijk.