Intel stuurt OEM's richting 18A
In dit artikel:
Intel dringt pc- en notebookfabrikanten om snel over te stappen op systemen met zijn nieuwste 18A-processors (Panther Lake en Wildcat Lake) door de beschikbaarheid van oudere Intel 7-chips voor consumentenproducten sterk te beperken. Dat meldt Nikkei Asia; Tom’s Hardware vult aan dat Intel steeds meer Intel 7-capaciteit inzet voor servers en industriële toepassingen, waar de winstmarges hoger liggen.
De druk volgt op een sterke vraag naar serverprocessors door de groei van AI-workloads in datacenters. Intel verschuift capaciteit richting zijn Datacenter and AI-divisie en verkoopt daardoor minder Intel 7-cpu’s voor desktops en notebooks. CFO David Zinsner gaf vorig jaar al aan dat Intel moeite heeft om voldoende chips te produceren voor zowel datacenter- als clientproducten; uitbreiding van Intel 7-capaciteit zou voorlopig niet gepland zijn.
Volgens bronnen werden bestellingen van Intel 7 soms grotendeels niet geleverd, of in enkele gevallen deels vervangen door 18A-chips die fabrikanten niet hadden aangevraagd. OEM’s zouden te horen hebben gekregen dat anders de nieuwe chips aan concurrenten zouden worden toegewezen. Intel ontkent actief klanten te “sturen”, maar noemt de nieuwe Core Series 3 wel een pijler van zijn clientstrategie.
Voor fabrikanten betekent de verschuiving snelle aanpassingen: nieuwe ontwerpen en certificering kosten minstens drie maanden, en een overstap naar duurdere 18A-varianten vereist vaak ook upgrades van schermen en andere onderdelen om hogere verkoopprijzen te rechtvaardigen. Wildcat Lake is bovendien nog onbewezen in de markt. Intel zelf heeft baat bij opschaling van 18A-productie omdat huidige opbrengsten en opbrengstpercentages (yields) nog te laag zijn; meer volume moet de kosten en margedruk verlagen. Voor consumenten kan dit leiden tot minder betaalbare modellen en een versneld aanbod richting premium laptops.