Hebben datacenters een toekomst in de ruimte?

maandag, 26 januari 2026 (14:26) - Techzine

In dit artikel:

Techbedrijven verkennen de ruimte als nieuw domein voor datacenters omdat op aarde steeds minder fysieke ruimte, netcongestie en maatschappelijke weerstand de bouw en uitbreiding beperken. Koplopers zijn onder meer Jeff Bezos (Blue Origin/Amazon), die recent voorspelde dat binnen 10–20 jaar een gigawatt-scale datacenter op zonne-energie haalbaar is, en Elon Musk (SpaceX), die tijdens Davos optimistischer stelde dat AI-datacenters buiten de atmosfeer al binnen twee à drie jaar mogelijk zouden zijn. Google werkt aan Project Suncatcher om TPU-chips in een baan om de aarde te brengen, en startups zoals Starcloud en Planet ontwikkelen eveneens rekenkracht in de ruimte.

Er liggen reële technologische fundamenten voor deze gedachte: sinds 2021 draait op het ISS de HPE Spaceborne Computer (SBC-2), en Starlink heeft bewezen dat connectiviteit met een constellatie van satellieten betrouwbaar en laag-latent kan zijn. Verder dalen de lanceerkosten snel: volgens Google-onderzoeker Travis Beals zou de prijs per kilogram in de jaren ’30 onder de 200 dollar kunnen zakken, terwijl commerciële lanceringen vandaag nog duizenden dollars per kilogram naar LEO kosten. Een belangrijke operationele motivatie is het plaatsen van hardware in polaire of continu-zonbanen: apparaten ontvangen dan vrijwel altijd directe zonne-energie en zonnepanelen werken efficiënter in vacuüm zonder atmosferische verliezen.

Toch zijn er grote praktische obstakels. Hardware in de ruimte is nauwelijks toegankelijk voor onderhoud en kwetsbaarder bij lanceerproblemen; een mislukking heeft veel grotere gevolgen dan een kapotte vrachtwagen op aarde. Apparatuur moet langdurig functioneren onder hoge stralingsniveaus en extreme temperatuurschommelingen. Koeling vormt een forse technische uitdaging: in de ruimte kan warmte alleen via stralingsoppervlakken worden afgevoerd, wat veel groter en zwaarder wordt naarmate chips hoger vermogen verbruiken (moderne AI‑chips kunnen al snel meer dan een kilowatt vergen). Liquid cooling toevoegen verhoogt het gewicht en introduceert onderhoudsrisico’s die in een baan om de aarde problematisch zijn. Bovendien verouderen chips snel; de meest geavanceerde processors worden doorgaans binnen twee jaar vervangen, waardoor de economische rechtvaardiging voor langdurige, dure orbitale deployments lastig is.

Communicatie tussen satellieten kan met optische links zeer snel zijn binnen korte afstanden (Google denkt aan onderlinge afstanden van 100–200 meter), terwijl de verbinding naar aarde latenties van tientallen milliseconden kan opleveren, vergelijkbaar met huidige LEO-oplossingen. Welke specifieke AI-workloads voldoende stabiel en waardevol zijn om langdurig in de ruimte te draaien, is echter nog onduidelijk.

Kortom: ruimte-gebaseerde rekenkracht is technisch niet ondenkbaar en krijgt steeds meer aandacht en investering, maar op korte termijn is het economisch en operationeel nog beperkt haalbaar. Naarmate lanceerkosten blijven dalen en technische vraagstukken rond koeling, straling en onderhoud worden opgelost, ontstaat een geleidelijke opbouw van “space-based compute” die extra capaciteit biedt naast — maar niet als directe vervanging van — aardse datacenters.