Groei datacenters in Europa versnelt: wat zegt dit over de digitale ambities?

woensdag, 4 maart 2026 (06:40) - Techzine

In dit artikel:

In een jaar tijd is de verwachte investering in Europese datacenters vrijwel verdubbeld: waar het EUDCA-rapport vorig jaar voor 2025–2030 nog circa 80 miljard euro voorzag, staat nu voor 2026–2031 een bedrag van ongeveer 176 miljard euro. Die sprong markeert volgens Michael Winterson (secretaris-generaal van de European Data Centre Association) een omslagpunt voor de Europese tech-infrastructuur, vooral door de groeiende vraag naar capaciteit voor kunstmatige intelligentie en andere workloads.

Wie betaalt en wie bouwt?
Hoewel het totaalbeeld positiever oogt, komt het grootste deel van die nieuwe gelden nog altijd uit de Verenigde Staten, afkomstig van hyperscalers en grote AI-aanbieders (denk aan AWS, Microsoft, Google, Oracle, Meta). Tegelijkertijd groeit het aantal Europese initiatieven en investeerders—bedrijven als nLighten worden als voorbeelden genoemd—wat van belang is voor digitale soevereiniteit: als Europa technologische slagkracht wil opbouwen, is lokaal kapitaal essentieel. Europa heeft echter structurele nadelen: een gefragmenteerde technologiedienstverlening, een te kleine kapitaalmarkt en een niet-concurrerende energiemarkt, zoals beschreven in het Competitiveness Report onder leiding van Mario Draghi.

Ambities en beleidsdoelen
De Europese Commissie wil het speelveld versneld versterken. Henna Virkkunen (EVP Tech Sovereignty, Security and Democracy) pleit voor een verdrievoudiging van de datacentercapaciteit in de EU binnen vijf tot zeven jaar, met expliciete aandacht voor AI-fabrieken maar ook voor andere workloads. Dat beleid moet de vraag naar capaciteit en de investeringsbereidheid in Europa verder aanjagen, al erkent Winterson dat dit proces nooit snel genoeg kan gaan.

Verspreiding van capaciteit: voorbij FLAP-D
De traditionele Europese knooppunten (FLAP-D: Frankfurt, Londen, Amsterdam, Parijs, Dublin) lopen steeds meer tegen beperkingen aan, vooral op het vlak van energievoorziening. Daarom is er een beweging naar geografische spreiding: nieuwe hub-steden moeten datacenters dichter bij vraag en energie overschotten brengen en het net minder lokaal belasten. Winterson verwacht binnen vijf jaar ongeveer twaalf belangrijke hubs te zien, met Portugal (Sines) als opvallende kandidaat dankzij subsea-kabels en een overschot aan hernieuwbare energie. Ook Genua en Bordeaux ontwikkelen langetermijnplannen. Nieuwe locaties beginnen vaak met edge-kenmerken en kunnen in de loop van jaren uitgroeien tot volwaardige hubs; het opzetten van zo’n hub is echter een traject van vaak een decennium of langer—het project in Sines duurde bijvoorbeeld vijftien jaar van publiek-private samenwerking tot realisatie.

Energie en stabiliteit
Meer datacenters betekent automatisch meer druk op het elektriciteitsnet. Hoewel landen met veel hernieuwbare opwekking (zoals Portugal) aantrekkelijk zijn, leiden zonne- en windenergie tot fluctuaties en een gebrek aan mechanische inertia die nodig is voor netstabiliteit. Winterson ziet hier een rol voor kernenergie, waaronder Small Modular Reactors (SMR’s), om een stabiele baseload en voldoende inertia te leveren, zodat hernieuwbare bronnen veilig kunnen fluctueren zonder storingen.

Sovereignty: geen eenduidig stempel
De discussie rond digitale soevereiniteit is prominent. Winterson benadrukt dat soevereiniteit gelaagd en contextafhankelijk is: niet alle data of diensten vereisen dezelfde mate van nationale controle. De Europese Commissie hanteert dat onderscheid via het Cloud Sovereignty Framework, met vijf SEAL-niveaus (van geen soevereiniteit tot volledig digitaal soeverein). Een organisatie kan op basis van een assessment bepalen welk SEAL nodig is per doelstelling; vaak zal niet alles SEAL-4 hoeven te zijn. Dat maakt het praktisch mogelijk om gebruik te blijven maken van buitenlandse aanbieders wanneer dat risico-technisch acceptabel is.

Duurzaamheid en maatschappelijke waarde
De datacentersector heeft in recente jaren stappen gezet op het gebied van duurzaamheid, maar kritiek en debat blijven bestaan. Winterson pleit ervoor om de waarde van datacenters niet alleen te meten in banen of BBP-bijdrage, maar in de maatschappelijke en economische functies die ze mogelijk maken: welke diensten lopen er over die infrastructuur, welke sectoren profiteren en hoe draagt dat bij aan productiviteit en innovatie? Voor het volgende EUDCA-rapport ligt de focus op deze sociaal-economische impact, zodat digitale infrastructuur vergelijkbaar gewaardeerd kan worden met klassieke infrastructuur.

Kernvraag blijft
Kortom: Europa ziet meer investeringen en ambities om capaciteit en soevereiniteit te versterken, maar veel van het nieuwe kapitaal komt voorlopig nog uit de VS en het uitbouwen van een echt Europees ecosysteem vergt structurele hervormingen (kapitaalmarkt, energievoorziening, regionale planning) en jarenlange coördinatie. De praktische route—waar nieuwe hubs komen, hoe ze worden gevoed en welke mate van soevereiniteit noodzakelijk is—blijft beslissend voor de vraag of Europa kan bijbenen in de wereldwijde race om tech-infrastructuur.