Digitale soevereiniteit: van idealistische theorie naar harde praktijk
In dit artikel:
De discussie over digitale soevereiniteit is in Europa en Nederland in korte tijd verschoven van theorie naar urgente praktijk. Aanleiding zijn geopolitieke spanningen en incidenten waardoor bedrijven en overheden zich afvragen hoeveel controle zij nog hebben over hun data in Amerikaanse clouddiensten. Experts van onder meer Eurofiber, Rubrik, Thales, Dynatrace en Cloudera schetsen hoe de prioriteiten zijn veranderd: niet langer staat alleen innovatie of beschikbaarheid centraal, maar vooral de vraag wie bij data kan, waar die staat en wat er gebeurt als toegang wegvalt.
Volgens de geïnterviewden is vooral bij overheden, banken en kritieke infrastructuur het besef gegroeid dat grote afhankelijkheid van hyperscalers risico’s oplevert. Tegelijk is een volledige terugtrekking uit de cloud voor veel organisaties onhaalbaar of onwenselijk. Daarom pleiten de experts vooral voor een praktische tussenweg: een “minimum viable sovereignty”, waarbij alleen de meest gevoelige systemen en gegevens onder strakkere Europese controle vallen. Voorbeelden zoals de Frans-Google-constructie S3NS laten zien dat Amerikaanse technologie en Europese eisen soms te combineren zijn, mits data lokaal blijft en updates streng worden gecertificeerd.
Toch zijn er flinke obstakels. Europese alternatieven zijn nog niet op hetzelfde niveau als de grote Amerikaanse spelers, eerdere projecten zoals Gaia-X liepen vast, en aanbestedingsregels maken het moeilijk om leveranciers op nationaliteit te weren. Volgens de experts is digitale autonomie daarom geen kwestie van ideologie, maar van risicobeheer, continuïteit en strategische keuzes. Het feit dat bestuurders die afweging nu openlijk maken, geldt al als een belangrijke stap vooruit.
De Oranjezomer: Is overstap van Bosz naar Nederlands elftal mogelijk? ‘Kans dat dat gaat lukken, is klein’