Coalitieakkoord vol digitale ambities, nu de uitwerking nog
In dit artikel:
Het beoogde minderheidskabinet van D66, CDA en VVD zet digitaal beleid hoog op de agenda: in het vandaag gepresenteerde coalitieakkoord krijgen ‘de digitale wereld’ en AI ruim aandacht. Centraal staan meer regie op IT‑inkoop, versterkte cyberweerbaarheid en het omzetten van de Europese NIS2-richtlijn naar een nationale Cyberbeveiligingswet. De plannen lopen uiteen van beleidsprincipes tot infrastructuurprojecten, maar veel hangt af van nadere uitwerking en budgettoewijzing.
Wie en wat: de coalitie wil dat Nederland minder afhankelijk wordt van een klein aantal buitenlandse techreuzen (vooral Amerikaanse hyperscalers als Amazon, Microsoft en Google en grote sociale‑mediaplatforms). Daarom kiest zij voor ‘digitale autonomie’ als uitgangspunt: een geleidelijke afbouw van strategische afhankelijkheden in cloud, data en cruciale systemen, met voorkeur voor Europees gecoördineerde infrastructuur en meer ruimte voor Nederlandse en Europese mkb‑leveranciers. Grote ICT‑projecten moeten worden opgesplitst zodat lokale partijen kunnen meedoen. Ook wordt expliciet ingezet op standaarden: security‑by‑design, zero‑trust, open source en keten‑/supply‑chainveiligheid worden leidend; projecten boven €5 miljoen moeten aan centrale standaarden voldoen.
Waar en hoe: concreet wil de coalitie een Nederlandse Digitale Dienst opzetten om de rijksoverheid te helpen met IT‑aanbestedingen en het aantrekken van IT‑talent en leveranciers. Daarnaast is er het idee van een “AI‑fabriek” in Noord‑Nederland en van Europees autonome datacenters om capaciteit voor sleuteltechnologieën te bouwen — geen radicaal vertrek van Amerikaanse hyperscalers, maar vergroting van nationale en Europese opties.
Cybersecurity en NIS2: de NIS2‑richtlijn wordt snel in nationale wetgeving vertaald en krijgt vorm als Cyberbeveiligingswet, met name om vitale sectoren beter te beschermen. De plannen bevatten versterkte coördinatie (o.a. oefeningen met overheid, mkb en vitale bedrijven), stimulering van ethische hackers en snellere dreigingsinformatie‑deling tussen overheid en bedrijfsleven. Ook wordt gedacht aan juridische en sanctie‑instrumenten tegen cybercriminelen met banden naar het Russische regime en een bredere wettelijke grondslag voor datadeling met private partijen.
Beperkingen: veel doelstellingen klinken ambitieus, maar concreetheid ontbreekt: de precieze inrichting, verantwoordelijkheden, tijdlijnen en vooral de financiële middelen worden aan de begrotingsronde overgelaten. Daarmee zal het succes vooral afhangen van de uitwerking en uitvoering. Kortom: het akkoord schetst een richting naar meer digitale autonomie en betere cyberweerbaarheid, maar de effectiviteit valt of staat met implementatie.