Benchmark - Een mix van ram hoeft geen ramp te zijn - Gekke DDR5-combinaties getest op Ryzen
In dit artikel:
Lezerswaarschuwing dat je nooit geheugenmodules van verschillende merken of specificaties moet combineren, blijkt in de praktijk minder zwart-wit dan vaak wordt gesteld—maar kent wel belangrijke mitsen en maren. In een praktijktest met een AMD Ryzen 7500X3D op een ASRock B850M Pro RS (recentste BIOS) probeerde de redactie diverse DDR5-combinaties om te zien of mixed kits echt tot crashes en lage snelheden leiden.
Opzet: het systeem startte met één 16GB-module in het door ASRock aanbevolen slot (B2), met het EXPO-profiel actief zodat de module op 6000 MT/s draaide. Vervolgens werden verschillende 16GB-modules van andere specificaties en fabrikanten in het tweede kanaalslot (A2) geplaatst en getest met Memtest86+ en AIDA64. Daarnaast werden combinaties zonder EXPO/XMP gebruikt (standaard BIOS-instellingen op 4800 MT/s) en een ongewone combinatie van 16GB + 32GB getest om de Dual Channel Flex-modus te simuleren. Alle tests vonden plaats op hetzelfde moederbord en procesortype, met ruime toegang tot verschillende DDR5-modules.
Belangrijkste uitkomsten
- Meestal geen drama: de meeste combinaties bootten en waren stabiel; Memtest86+ en AIDA64 liepen zonder fouten. De EXPO-instellingen van de eerst geïnstalleerde module werden door het systeem gebruikt, waardoor de nieuwe module automatisch meedraait op die snelheid—evenals een module die officieel voor 5600 MT/s is gespecificeerd.
- EXPO/XMP-gedrag: het BIOS haalt geheugenprofielen van de fysiek dichtstbij de cpu geplaatste (primaire) module. Alleen van die module kun je het EXPO- of XMP-profiel kiezen; andere modules volgen die timings. Daarom is het praktisch om de zwakste/langzaamste module in het primaire slot te plaatsen zodat die niet geforceerd wordt omhoog te klokken.
- Standaardinstellingen (geen EXPO/XMP) zijn betrouwbaar: het geheugen werd dan automatisch op 4800 MT/s gezet en het systeem startte langer op omdat nieuwe modules worden geïdentificeerd, maar bleef stabiel.
- XMP/EXPO-mix: wanneer een module alleen XMP ondersteunt en een andere EXPO, kan kiezen voor XMP de oplossing zijn; soms werkt ook het XMP-profiel van de EXPO-module.
- Dual Channel Flex werkt: 16GB + 32GB gaf in de praktijk een 2x16GB dualchannel en 1x16GB singlechannel-opstelling (de halve 32GB wordt in dual gebruikt). Prestaties voor veel toepassingen stemmen overeen met standaard 2x16GB, tot je echt meer dan 32GB nodig hebt.
- Vier modules problematisch: bij 4x16GB kreeg het systeem moeite met posten; geheugen werd teruggeschakeld naar ~3600 MT/s en bleef onstabiel. Hier is veel tuning en geduld nodig om stabiliteit te bereiken.
Praktische adviezen
- Schakel actieve geheugenprofielen uit bij toevoegen van modules en zorg dat het profiel van de langzaamste module wordt gebruikt voor stabiliteit.
- Volg de slotvolgorde uit de handleiding; plaats de langzaamste module in het eerste (dichtstbij de cpu) slot.
- Hoewel moederbordfabrikanten adviseren identieke modules te gebruiken, is bij veel Ryzen/ASRock-configuraties het later bijplaatsen van een tweede 16GB-module vaak prima mogelijk — met de kanttekeningen hierboven.
Conclusie: mixen van DDR5-geheugen hoeft geen ramp te zijn op een Ryzen-systeem en kan vaak zonder problemen, maar vereist bewust omgaan met geheugenprofielen, slotvolgorde en de beperkingen van meer dan twee modules.