Achtergrond - Dikke datacenters op overvol stroomnet: meer aansluitstops dreigen in Nederland

donderdag, 14 mei 2026 (06:45) - Tweakers

In dit artikel:

Nederland krijgt binnenkort zeven grote datacenters, terwijl tegelijk het elektriciteitsnet onder druk staat. Vier van die centra komen rond Schiphol, twee in Amsterdam en één in Lelystad; de vergunningen zijn al verleend, waardoor de bouw kan doorgaan. Tegelijkertijd waarschuwen netbeheerders en de overheid dat het netwerk vol raakt: op 21 april meldde staatssecretaris Jo-Annes de Bat dat de provincie Utrecht voorlopig geen nieuwe of zwaardere aansluitingen accepteert, en TenneT sluit niet uit dat meer provincies dat voorbeeld volgen.

Tot nu toe verdeelde TenneT aansluitingen volgens ‘first come, first served’. Daardoor kunnen datacenters die jaren geleden in de wachtlijst zijn geregistreerd (soms acht à negen jaar) alsnog worden aangesloten, ook al ontstond de netcongestie later. Vanaf 1 juli treedt een nieuw prioriteringskader van de Autoriteit Consument & Markt in werking: projecten met maatschappelijk belang krijgen eerst voorrang. Veiligheidsprojecten en maatregelen om congestie te verlichten staan hoger op de lijst; woningbouw en andere particuliere aansluitingen krijgen lagere prioriteit. Daarom kan het aanvragen van een grotere aansluiting voor zonnepanelen of laadpalen vóór 1 juli verstandig zijn, waarschuwt TenneT — zowel klein- als grootverbruikers kunnen anders op een wachtlijst terechtkomen.

De nieuwe regels hebben directe gevolgen voor inwoners en gemeenten. Netbeheerders en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten benadrukken dat datacenters veel netcapaciteit opslurpen, maar dat ruimtelijke keuzes ook meespelen: datacenters worden vaak op grotere stations in industriële gebieden aangesloten, terwijl woningen gevoed worden via onderliggende wijkstations die al vol zitten. Het vrijvallen van capaciteit op een groot station door het verdwijnen van een datacenter betekent daarom niet automatisch ruimte voor nieuwe huizen. Liander wijst erop dat burgers mogelijk eerder last hebben van het prioriteringskader dan van individuele datacenters, afhankelijk van locatie en toegewezen vermogen.

Gemeenten zoeken naar manieren om toekomstige datacenters tegen te houden; Amsterdam legde vorig jaar al een stop op nieuwe datacenters en gemeenten passen hun ruimtelijke beleid aan om nieuwe plannen te blokkeren. Dat kan ook positieve neveneffecten hebben: Liander meldde dat door de stop in Amsterdam drie te bouwen energiestations niet nodig zijn, wat 125 miljoen euro bespaart en ruimte oplevert die bijvoorbeeld voor woningbouw ingezet kan worden.

Tegelijkertijd benadrukt brancheorganisatie Dutch Datacenter Association dat de vraag naar datacenters groot is — benutting ligt boven de 90 procent — vanwege groeiende digitale diensten, AI-toepassingen en de wens om data binnen Nederland te houden. Conclusie: het spanningsveld tussen digitale infrastructuur en fysieke energiecapaciteit dwingt tot scherpere prioritering en ruimtelijke keuzes, waarbij het tijdig aanvragen van aansluitingen en landelijke coördinatie van locatiekeuzes belangrijk blijken.